Een vriendschap gewonnen

Gijske de Boo

14 | december | 2020

I

De Snelbinder

Als de trein over de brug rijdt, kijkt Gijske uit over het zwarte water van de rivier. De Snelbinder heet de brug. Ze glijdt over het eilandje Veur-Lent met het leuke strandje en zijn tentjes. De lichtjes op de Waalkade komen langzaam dichterbij.

Voor Gijske de Boo is dit de mentale scheidslijn. Ze probeert de sores achter te laten op de andere oever. ‘Thuis ben ik thuis’, zegt ze. Al moet de 37-jarige geestelijk verzorger bekennen dat dit in coronatijd niet altijd lukt.

II

De pannenkoekenboot

Op sommige dagen is het moeilijk om de moed erin te houden. Op 14 december liggen in Rijnstate 42 positief geteste patiënten. De Intensive Care stroomt vol, opnieuw.
Meer dan in de eerste golf liggen er veertigers en vijftigers. Het virus lijkt nog wispelturiger geworden dan het al was. Er overlijden mensen van wie Gijske het niet ziet aankomen. Afgelopen vrijdag duurde het even voordat ze haar werklijst durfde te openen.

Gijske en haar collega’s staan zieke mensen bij op momenten in het leven dat het erop aankomt. Door kundige vragen te stellen hoopt Gijske patiënten te helpen bij het hervinden van evenwicht en zin. Meestal zijn het de artsen of verpleegkundigen die haar erbij roepen. Maar ze mag ook op eigen initiatief bij mensen langsgaan.

Ze is overvraagd. Net als iedereen in het ziekenhuis. En net als voor artsen en verpleegkundigen zijn het de keuzes die pijn doen. Het is zo druk, dat ze er niet genoeg kan zijn. Terwijl juist dit virus bij ziekenopnames bijna altijd leidt tot geestelijke nood. Patiënten zijn bang en eenzaam. Tegelijkertijd wordt de aandacht voor zulke nood oneerlijk verdeeld. Gijske beseft het maar al te goed. Patiënten die onrustig zijn en uiting geven aan hun emoties, krijgen vaak voorrang. ‘Maar introverte patiënten hebben ons ook nodig!’

Gijske weet hoe het voelt. Vier jaar geleden lag ze zelf op de Intensive Care met een vleesetende bacterie in haar lijf. De eenzaamheid en de onzekerheid komen haar bekend voor. Bij coronapatiënten komen er nog factoren bij. Het eerste is het gemis van familie. Het tweede is een oerangst door de benauwdheid. Het wringt bij Gijske dat ze daar niet genoeg aandacht voor kan hebben. Althans, niet bij iedereen. En dat gevoel verdwijnt niet altijd op de spoorbrug over de rivier.

Hoe anders was het eerder op de Waal. Op de pannenkoekenboot vierde de familie op 1 maart de verjaardag van Veerle. Haar dochter werd vijf. Opa’s en oma’s, familie en vrienden, iedereen was er. Op het dek gingen de gesprekken over dat virus in China. Gijske weet nog goed dat ze op dat moment even om zich heen keek. Naar alle dierbaren, vrolijk keuvelend op de bankjes. ‘Wat fijn dat we dit doen vandaag’, dacht ze. ‘Zo met zijn allen. Want misschien kan dat over een tijdje niet meer.’

Helemaal ingepakt, met handschoenen aan, toch even iemands hand beetpakken. Want dat doet ertoe.

Voor Gijske is dat een ongewone gedachte. Ze is geen zwartkijker. Daar heeft ze ook geen reden toe. Haar leven loopt op rolletjes. Voor haar en Mark zijn de tropenjaren voorbij. Veerle en Mathilde worden steeds zelfstandiger. Ze krijgt energie van de culinaire avondjes met vrienden. En ze kan eindelijk de rust vinden om haar plannen te realiseren. Op het werk wacht iets nieuws, iets leuks. Naast geestelijk verzorger wordt Gijske ethiekondersteuner. Het sluit naadloos aan op de masterstudie die ze heeft afgerond. Het idee is dat ze op alle niveaus gaat meedenken over ethische vraagstukken. ‘Hoe kunnen we de dingen die we doen, goed doen? Nou, kom maar op.
Daar heb ik zin in!’

III

Jacqueline

Het is eind mei als ze Jacqueline voor het eerst ontmoet. Ze ligt in het ziekenhuisbed en is geïntubeerd.
Het is voor deze patiënt onmogelijk om te praten vanwege de buis in haar keel. ‘Vind je het goed dat ik naast je kom zitten om kennis te maken?’, vraagt Gijske.

Als er iets is dat de coronacrisis heeft bewezen, dan is het dat menselijk contact ertoe doet. Gijske doet de laatste tijd dingen die eigenlijk niet bij haar passen. Terwijl de wereld afstand heeft genomen tot elkaar, tenminste anderhalve meter, probeert de geestelijk verzorger in gesprekken juist naderbij te komen. Ze is tenger gebouwd. ‘Ik val fysiek soms weg in een ruimte’, zegt ze met zelfkennis. In de coronatijd probeert ze er méér te zijn. Letterlijk. Ze maakt zichzelf groter. Rechte rug, schouders een beetje naar achteren. ‘Omdat ik vaak niets méér kan doen dan “er zijn”.’ En hoewel ze normaal gesproken geen aanrakerig type is, gaat ze ook dat doen. Helemaal ingepakt, met handschoenen aan, toch even iemands hand beetpakken. ‘Want dat doet ertoe.’

De vrouw met het slangetje in haar keel knikt. Pas na drie ontmoetingen kan ze iets terugzeggen. Jacqueline heet ze. Ze is een veertiger en heeft twee dochters. Net als Gijske. De geestelijk verzorger raakt onder de indruk van haar. ‘Zij is zó hoopvol, dankbaar en veerkrachtig.’ Jacqueline vertelt dat ze vurig hoopt om in december thuis te komen. Voor de verjaardag van haar dochter. ‘Ik ga ervoor!’, zegt ze.

Vlak voor haar ontslag uit het ziekenhuis is het Jacqueline die de vraag stelt. ‘Zie ik je hierna nog? Ik bedoel… als persoon?’ Gijske is opgelucht. Zelf had ze die vraag ook wel willen stellen, maar dat zou ongepast zijn geweest. Er rust een professioneel taboe op zulke toenadering. Maar nu Jacqueline het initiatief neemt, kan ze daarin meegaan.

IV

Hoop sterft het laatst

De infectieziekte heeft levens genomen. En andere levens verziekt. Het gevoel van machteloosheid zal niet gemakkelijk helen en bij sommige mensen zal de schade blijvend zijn. En dan is er de bijkomende schade. De uitvergrote tegenstellingen bijvoorbeeld. De voelbare spanning tussen de belangen van de wereld in en buiten het ziekenhuis.

Maar is dat nou het hele verhaal? Niet voor Gijske. Zij is geen zwart-kijker. Ze denkt terug aan alle verhalen van herstel die in het team Psychosociale Zorg en Zingeving gretig werden gedeeld. Ze weet dat de meeste mensen het wél hebben gered. Gijske zag ook de onderlinge verbondenheid in haar ziekenhuis. Collega’s namen elkaars werk over en verbeten de pijn. Ook mooi was dat emoties niet in de knel raakten. Medewerkers toonden zich kwetsbaar en ze werden gezien. Gijske vindt het belangrijk om ook die indrukken vast te houden. En de goede lessen te onthouden. Scheidslijnen vallen weg als kwetsbaarheid mensen verbindt.

Bovendien heeft Gijske een vriendschap gewonnen. Ze ziet Jacqueline nog regelmatig. Het gaat goed met haar, maar een coronarevalidatie vraagt om een lange adem.

Misschien kunnen ze deze zomer een keer pannenkoeken eten op de boot.

De meeste mensen hebben het wél gered.