‘We leven nog’

Ben en Ria Teunissen

26 | juni | 2020

I

De bakens verzetten

Het is gelukt! Het huis in Groessen is verkocht. Ben en Ria Teunissen kunnen de bakens verzetten. Dat waren ze al een tijdje van plan. Nu kunnen ze verhuizen naar Didam, een drempelloos appartement in het dorpshart.

De familie heeft tegenslag gehad. En de verkoop van het huis betekent een zorg minder. Voor even dan. Dat de beproeving nog lang niet ten einde is, kunnen Ben en Ria op deze zomerdag nog niet bevroeden.

Het virus heeft pauze. In het zieken-huis van Arnhem-Noord is de Intensive Care leeggestroomd. Er liggen geen coronapatiënten meer. Rijnstate heeft vandaag nul patiënten opgenomen met corona-klachten. De eerste golf
is voorbij.

Voor Ben en Ria is het de laatste zomer in de bungalow waar ze twintig jaar lang zo gelukkig waren. De barometer tiks de 33 graden aan. De Bildt meldt de eerste tropische dag. Maar er is onweer op komst.

II

Over geluk en ongeluk

Ben (76) uit Didam en Ria (74) uit Herwen leren elkaar kennen op een dansavond. In 1968 gaan ze trouwen. Ben neemt met zeven collega’s het accountantskantoor over dat uitgroeit tot drie vestigingen met 34 personeelsleden. Ria werkt ook op het kantoor. Als vroege vijftiger moet Ben stoppen met werken, door hartklachten. ‘Ik wilde geen lekke band aan de wagen zijn en mezelf niet langer in gevaar brengen.’

De rust en het geluk keren terug in hun huis in Groessen. Hun drie kinderen en zes kleinkinderen, allemaal meisjes, lopen de deur plat. En Ben ontdekt een nieuwe passie, het mennen van paarden. Maar na twintig jaar wordt het mennen, maaien, mesten en managen te veel. De verhuisplannen krijgen vorm.

De beproeving begint in maart 2020. ‘Nog net in de normale tijd’, zoals Ben het tijdperk vóór corona noemt. Sylvia, de oudste dochter die in Rijnstate werkt, heeft een hernia en belandt na een operatie met een dwarslaesie in een rolstoel. Het appartement dat Ben en Ria zijn gaan huren om er zelf te gaan wonen, biedt nu praktisch soelaas. Sylvia betrekt het appartement na haar ontslag uit de revalidatiekliniek, terwijl haar eigen huis wordt verbouwd om het rolstoelvriendelijk te maken.

In deze hectische zomer lijkt het coronavirus ver weg. Ben en Ria blijven het serieus nemen. Ze leven behoedzaam en houden zich strikt aan de regels. De kinderen en kleinkinderen blijven op afstand. ‘Het is een turbulente tijd en corona kunnen we er niet bij hebben.’

III

Aan een draadje

In december bezoekt Ria het zieken-huis voor een kleine ingreep aan de blaas. Een dag later, in Groessen, voelt ze pijn rond haar hart. Terug in het ziekenhuis blijken het haar longen te zijn. Ze test positief op corona en moet blijven. Op kerstavond krijgt Ben het bericht dat hij Ria kan ophalen van de afdeling. Al in de auto vraagt Ben zich af of dit nou wel zo’n goed idee was. Ze voelen zich allebei niet lekker. De feestdagen brengen Ben en Ria door op bed en de bank. De kinderen zetten pannetjes voor de deur.

Het virus lijkt aan kracht gewonnen te hebben. Terwijl Ben en Ria steeds zieker worden, regent het positieve testuitslagen in de hele familie. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen. De familieleden moeten improviseren. De schoonzoon die varkensboer is en negatief test, zet zijn bed in de hygiëne-sluis van de stal. De rest van het gezin is besmet en hij woont drie weken lang naast zijn varkens.

In Groessen zit Ria op 2 januari op de rand van het bed. Het gaat niet langer. Een wijkverpleegkundige en Ben bellen met dochter Sylvia en samen nemen ze het besluit. Een ziekenwagen haalt Ria op; Ben blijft alleen achter. De kinderen maken een appgroep aan. ‘Hoe houden we opa in leven?’, luidt de groepsnaam. Ben heeft niet goed door hoe slecht het met hem gaat. ‘Dit virus besluipt je.’ Op 7 januari kijkt een bezorgde buurman door het raam van de bungalow en ziet Ben op de bank liggen. De noaber vertrouwt het niet. De arts van de huisartsenpost schrikt van de meting. Het zuurstofgehalte in zijn bloed is 70 procent, idioot laag. De arts gooit snel wat kleding in een plastic tas en de ambulance komt. Ben ziet nog hoe de buurman hem uitzwaait. In de witte ziekenhuisgang gaat ook bij Ben het licht uit.

‘De foto’s zijn ons bewijs dat het werkelijk is gebeurd.’

Wat hun is overkomen in Rijnstate, hoort het echtpaar pas weken later. Ben laat op zijn telefoon de foto’s zien. ‘Kijk, daar aan die draadjes lig ik. En daar rijden ze Ria door de gang. En hier zijn we even samen.’ Zelf hebben ze er allebei geen herinneringen aan. Ze weten niet dat ze samen op één kamer lagen. Niet dat Ria zo bang was. Niet dat Ben bemoedigende woorden sprak toen Ria in slaap werd gebracht. Niet dat ze nog hebben gezwaaid naar elkaar. ‘Dat is allemaal niet opgeslagen op onze harde schijf.’ Dolblij zijn ze met de acht zwart-witfoto’s die ze van het ziekenhuis kregen. ‘Dit is ons bewijs dat het werkelijk is gebeurd.’

Net als de rampspoed verloopt ook het wonder in etappes. Ria herstelt het snelst. De eerste herinnering van Ria is de aanblik van vier kinderen aan haar bed. Ze denkt dat de kinderen afscheid komen nemen. ‘Het is gebeurd met me, dacht ik.’ Voor vreugde is sowieso geen plek. Het lot van Ben blijft nog dagenlang ongewis. Ria wil naar haar man en na een tijdje vinden de artsen dat verantwoord. In een rolstoel mag ze op bezoek bij haar man. De eerste keer is ze zenuwachtig. ‘Zal het naar zijn?’ Kleindochter Inge die stage loopt in Rijnstate, steekt soms haar hoofd om de hoek en verlicht de eenzaamheid.’ Ben en Ria zijn hun familie intens dankbaar. En ze voelen zich schuldig. ‘Wij weten van niks meer. Zij hebben het bewust meegemaakt. Dat zij dit moesten doorstaan, dat vinden we het allerergst.’

Als Ben ontwaakt, is hij onrustig en opstandig. Er liggen nog losse eindjes, zakelijk ook. Ben wil ze aan elkaar knopen. Hij vraagt om zijn telefoon, maar de verpleegkundigen willen zijn mobieltje niet geven. ‘Ga nou rusten’, zeggen ze keer op keer. Maar dat lukt Ben niet. ‘Ik was wild in het hoofd.’ Als hij terugdenkt aan die zwarte dagen, wellen tranen op. ‘Sorry, het is de onmacht.’
Ben doet er al met al vijftig dagen over om in Didam te geraken. Via Intensive Care, Medium Care, de Longafdeling en het verpleeghuis voegt hij zich bij Ria, in het nieuwe appartement.

Na twee maanden keren ze terug in Rijnstate, voor een evaluatie dit keer. Anesthesioloog Brigitte Westerhof vraagt hoe het met hun huwelijk is. Corona blijkt Ben en Ria nog nader tot elkaar te hebben gebracht. Ben en Ria hoeven elkaar niets uit te leggen. ‘We snappen precies hoe de ander zich voelt. Dit verhaal beleven we samen.’ Ben en Ria bekijken met de anesthesioloog de kamer op de IC. Dat is goed voor de verwerking, blijkt uit onderzoek. ‘Het deed ons niet veel’, zegt Ria. ‘Doodnormale kamertjes eigenlijk’, vult Ben aan.

Thuis nemen ze een filmpje op voor de ziekenhuismedewerkers. Een beetje beduusd nog steeds, vanaf de bank in hun nieuwe appartement. ‘Wij zijn een stuk in onze agenda kwijt, maar dankzij jullie aandacht hebben we het overleefd’, zegt Ben plechtig. ‘In jullie coronapakken hebben we jullie gezichten niet goed kunnen zien, maar we willen jullie bedanken voor de goede verzorging. We hebben nog een lange weg te gaan, maar zijn nu waar we willen zijn.’

IV

Het nieuwe huis

Ben en Ria zijn inderdaad waar ze willen zijn. Op 23 januari arriveert Ria in het nieuwe appartement. Met een zuurstoffles, maar zonder Ben. Die voegt zich pas een maand later bij haar. Hun bungalow in Groessen zagen ze allebei voor het laatst vanuit de ambulance. Tot op de dag van vandaag hebben ze hun oude huis niet teruggezien.

Veel spullen staan nog in verhuis-dozen. Ben kijkt naar buiten. Vanaf hun balkon kijken ze zo in de boomkruinen van het park. Vogels fluiten, een eekhoorntje schiet omhoog. De eerste wandelingen zijn gemaakt. Ben en Ria hebben zelfs een ritje in de auto gemaakt. ‘Over rustige landweggetjes. Nog niet naar Parijs hoor.’ Ria schiet in de lach.

‘Wij zijn een stuk in onze agenda kwijt, maar dankzij jullie aandacht hebben we het overleefd.’

Als ze terugdenken aan alles dat hen is overkomen, worden ze stil en schudden ze het hoofd. Als je vraagt hoe het met hun gaat, zeggen ze: ‘mwoh, redelijk’. Fysiek hebben ze een jas uitgedaan. Vooral Ben hoest veel. Geestelijk houdt het niet over. ‘We mogen blij zijn dat we er nog zijn’, zegt Ria monter. En dan, zachtjes: ‘…maar er is veel gebeurd’.