De troost van een beproeving

Jacobien Verhave

6 | april | 2020

I

Het voorrecht

Als Jacobien Verhave die ochtend wegrijdt uit haar hofje, ziet ze buurtgenoten aan keukentafels zuchtend hun laptop openklappen. Opgehokte kinderen die al vierentwintig dagen thuis zijn. In de achteruitkijkspiegel ziet ze de kroegeigenaar die alle tijd heeft om zijn hond uit te laten. En om uitkeringsformulieren in te vullen. Schuldig voelt de 45-jarige internist zich niet. Wel bevoorrecht.

II

De puzzel valt van tafel

Vandaag liggen 53 patiënten met corona in het ziekenhuis. Op deze maandag zal hun aantal met twaalf toenemen. De beproeving van de pestilentie heeft Arnhem bereikt. Gisteravond waren Jacobiens collega’s Aart en Brigitte op televisie. De intensivisten vertelden in EenVandaag Extra over de tekorten aan mondkapjes en pompen. Over de negentien patiënten op de Arnhemse Intensive Care. De cameraploeg filmde hoe een patiënt werd teruggedraaid op zijn buik.

Zo dadelijk is er overleg over de mogelijke opname van IC-patiënt nummer twintig. Dat is iemand die Jacobien kent. In Rijnstate werkt ze nu acht jaar als nefroloog. De nieren zijn haar specialiteit. Vandaag gaat het over zijn longen. Hij is een vlotte zeventiger. Weliswaar behept met een fikse nierkwaal, maar vol goede moed bezig aan zijn verbeterpuzzel. Jacobien en haar collega’s achten hem fit genoeg voor een niertransplantatie.

Jacobien schrikt van zijn toestand. Die is zo slecht dat een opname op de Intensive Care hem niet zal redden. Jacobien heeft moeite om het te begrijpen. Zo’n leuke, fitte man. We hebben volop plannen met hem. ‘Hoe kan dit?’ De longziekte maait alle puzzelstukjes in één veeg van tafel.

Juist dat gepuzzel vindt ze normaal gesproken leuk. Samen met een patiënt het leven weer beter maken. Door vaker te wandelen, door een ander dieet, door betere pillen. Heel soms komt de heilige graal voorbij: een nieuwe nier. Dat zijn duizend puzzelstukjes in één keer. Het verveelt nooit. Nieren discrimineren niet, dus ontmoet ze op haar polikliniek personages uit alle lagen van de bevolking. Het samenspel met al die uiteenlopende karakters geeft Jacobien energie. Maar dat was vóór corona.

Normaal gesproken kan Jacobien emoties relativeren, maar in coronatijd is dat moeilijk. Wat niet helpt, is dat het virus rondwaart in het ziekenhuis. Verpleegkundigen, internisten in opleiding en dokters worden ziek; ook jonge collega’s. En tientallen patiënten worden ziek. Vooral de bloeddialysegroep blijkt kwetsbaar. Deze mensen komen drie keer per week naar het ziekenhuis om hun bloed te zuiveren. Ze komen in taxibusjes. In de eerste golf slaat het virus toe onder deze groep. Jacobien haalt er een persoonlijke opdracht uit. ‘We moeten toe naar veel meer thuisdialyse. Dat beschermt patiënten tegen virussen en verbetert de kwaliteit van leven.’

Er overlijden nierpatiënten die niet horen te overlijden.

Jacobien hoort dat angstige nier-patiënten zelf bloeddrukmeters kopen. Om maar niet naar het ziekenhuis te hoeven. Eigenlijk best een goede ontwikkeling. Hun voorzichtigheid is sowieso gerechtvaardigd. Inmiddels weet Jacobien dat nierpatiënten bij een COVID-19-besmetting een hogere kans hebben om te overlijden. Veel nierpatiënten zijn beschadigd door jarenlang dialyseren. De meeste patiënten gebruiken medicatie die hun immuunsysteem dempt.

In de eerste golf overlijdt een nierpatiënte van begin veertig. Aan de telefoon merkt Jacobien dat het niet goed gaat. In het ziekenhuis overlijdt ze. De collega die haar behandelt, is emotioneel, Jacobien voelt zich onmachtig.
Als penningmeester van het lief-en-leedpotje gaat ze aan de slag. Ze deelt chocolaatjes uit en schrijft opbeurende kaartjes. Ondertussen overlijden nierpatiënten die niet horen te overlijden. Te snel, onvoorbereid. Niet aan hun nieren, maar aan longklachten door een infectieziekte.

Later op de dag belt Jacobien meer dan twintig patiënten. Haar ijzeren klok is berucht. Gesprekken bereidt ze minutieus voor en Jacobien heeft veel tijd gestoken in het computer-systeem dat een paar jaar geleden arriveerde. Ooit leerde ze blindtypen. Ze studeerde in Groningen, Montpellier, Nijmegen, Tilburg, Nicaragua en Canada, maar ze grapt wel eens dat de typecursus haar beste studie ooit was.

III

Het geluk bij een ongeluk

Als een grote groep omstanders op de kade ziet hoe iemand in de gracht valt, dan is het gevaar op verdrinking groot. Iedereen gaat kijken naar elkaar. Staan er maar twee mensen op de kade, dan springt er één in het water en de ander belt een ambulance. In die flow staan de internisten door de onderbezetting. En eigenlijk functioneert Jacobien bijzonder goed. Er is gewoon veel werk te doen.

Tot haar genoegen ziet ze hoe het ziekenhuis in de hoogste versnelling schiet. ‘Ineens ging er van alles goed waar ik me vóór corona groen en geel aan ergerde.’ De cohesie maakt haar trots. Ze werkt samen met een uroloog die zaalarts is geworden. En een oogarts. En een tropenarts. Ze ziet verpleegkundigen zich tientallen keren per dag omkleden. De schoonmakers poetsen zich een slag in de rondte. ‘Oh en waarom zijn we nooit eerder op het idee van beeldschermvergaderen gekomen?’ Gewoonlijk zo praatgrage internisten blijken wel degelijk efficiënt te kunnen vergaderen. Vergaderen kan ook in de avonduren en zo lukt het Jacobien makkelijker om elke dag samen met haar gezin te eten. Dat vindt ze belangrijk.

Thuis wachten José en de kinderen. Haar Franse liefde kent ze al sinds haar achttiende. Vlak voordat ze ging studeren, deed ze een jaar vrijwilligerswerk in een Frans ziekenhuis. Daar viel ze voor de kok uit Nîmes, een kind van Spaanse ouders. José neemt haar zorgen uit handen. Hij is er voor Nathan en Tamar, hun kinderen van 11 en 13. En hij kookt. Altijd vers, altijd goed.

In het weekeinde proberen ze eropuit te gaan. Voor de virusuitbraak bezochten ze musea. Van Rembrandt tot Frida Kahlo. In coronatijd gaan ze wandelen. Ook mooi. En Jacobien doet aan hardlopen, twee of drie keer per week over De Mookerheide. Daarnaast is ze actief als ouderling voor jongeren van de protestantse kerk in Heumen. Samen met de jongeren maakt ze lieve kaartjes voor oudere geloofsgenoten die zich eenzaam voelen. Fijn om te doen.

De crisis houdt nu al een paar weken genadeloos huis. Mag je gelukkig zijn in zo’n tijd? Wat Jacobien in deze gitzwarte aprilmaand nog niet weet, is dat ze in augustus op adem zal komen in Frankrijk. Dat ze in de Périgord ontdekt dat de Fransen mondkapjes dragen. Dat bij terugkeer in Nederland opvalt, hoe laks we hier zijn. Dat het ongemak snel terugkomt. Dat de ellende nog lang niet voorbij is.

In de tweede golf belandt een levenslustige nierpatiënt op de Intensive Care, weer zo’n leuke zeventiger. Vóór corona had Jacobien hem vaak gesproken over zijn reizen. Weifelend bezoekt Jacobien hem aan zijn bed. Een vreemd moment, want eigenlijk kan ze niets doen. ‘Doe ik dit nou voor hem of voor mezelf?’, denkt ze. Als de reislustige patiënt overlijdt, stuurt de internist een kaart naar de familie die ze niet kent. Jacobien schrijft hoezeer ze genoot van zijn reisverhalen.

Maar dat alles weet Jacobien nog niet in april. Ze weet nog niet dat de medische wereld zal terugslaan. In september blijkt dat dexamethason helpt bij COVID-19-patiënten aan de beademing. Stollingen worden beter aangepakt. Het vergroot de overlevingskansen, ook van haar nierpatiënten. En wat Jacobien in april zeker niet weet, is dat haar kwetsbare nierpatiënten, na oeverloos lobbyen, een jaar later met voorrang het vaccin zullen krijgen.

Wat Jacobien in de zwarte maand april nog niet weet,
is dat de medische wereld zal terugslaan.

IV

Een ongemakkelijke serenade

Drie dagen later, op 9 april 2020, staat de parkeerplaats vol. Ambulances, politiewagens en brandweertrucks brengen de ziekenhuismedewerkers een serenade van zwaailichten. Jacobien vindt het ongemakkelijk. Ze denkt aan mensen die geen serenade krijgen. Aan dorpsgenoten in financiële nood. Aan geloofsgenoten die eenzaam thuis zitten. Aan bange mensen op de COVID-19-afdelingen. Aan nierpatiënten die geen bloed meer durven te prikken, omdat ze hun huis niet uit durven.

Dan rijdt ze terug naar huis. Naar haar gezin, naar haar Fransman, naar haar ankers en ze telt haar zegeningen.