Handelen naar bevinding

Maaike de Blauw

13 | maart | 2020

I

Een papieren ramp wordt werkelijkheid

Het is de dag na de persconferentie. In Arnhem staat Maaike de Blauw als een brandweerman te wachten op brand. ‘Wanneer wordt het druk?’

Maaike is intensivist, een van de elf hoofdbehandelaars op de Intensive Care (IC) van Rijnstate. Binnen haar team is Maaike degene die de rampenscenario’s oefent. Maaike beoordeelt of de protocollen kloppen. Soms gaat zo’n oefening gepaard met vuurwerk, maar die over een pandemie was gortdroog. De werkelijkheid zal niet lijken op de papieren exercitie. Maar dat weet Maaike nog niet op deze vrijdag de dertiende.

Op het einde van de dag komt het bericht. De eerste patiënten komen morgen op de IC.

II

Vleugelslag

In Oosterbeek, in het witte huis waar ze zich thuis is gaan voelen, zet Maaike zich schrap. Over een paar dagen wordt ze 43. Tom, die bedrijfspanden taxeert, heeft haar weer eens verrast. Haar man heeft kippen gekocht. En niet voor het eerst. Toen ze in Amsterdam woonden, kwam Tom ineens aanzetten met twee kippen. Na een tijdje wierpen de bovenburen vanaf hun balkons broodkruimels in hun piepkleine tuintje. Een paar weken geleden haalde Maaike herinneringen op aan het rustgevende gekakel. En zulke dingen moet je dus niet zeggen tegen Tom. Ach ja, Babette (7), Max (5) en Stijn (3) vinden het prachtig.

In de zaterdagkrant leest Maaike over haar collega’s in Bergamo, Italië. Ze hoopt dat ze er klaar voor is. Vier dagen geleden vergaderde het crisisbeleidsteam voor het eerst. Het operationele team dat de opschaling leidde, ging als een speer. Geluk bij een ongeluk: in Rijnstate is de Intensive Care net verbouwd. Tijdens de verbouwing bood een tijdelijke vleugel soelaas. Met het virus in aantocht is die vleugel snel heropend.

De angst, dat is het allerergst. Maaike ziet het in de ogen. De eenzaamheid verergert het.

De extra bedden zijn snel nodig. Op 1 april liggen er twintig coronapatiënten op de Intensive Care van Rijnstate. Zes meer dan haar afdeling aankon in het oude normaal. Op de Hartbewaking zijn twee bedden ingericht voor Medium Care. En er liggen mensen aan de beademing op de Post Anesthesia Care Unit (PACU), de afdeling waar patiënten na reguliere operaties worden bewaakt. De eerste patiënten arriveren in ambulances en helikopters. Daarna komen de streekgenoten die zich benauwd melden op de Spoedeisende Hulp.

De grootste groep gaat naar de COVID-19-afdelingen in vleugels A6 en A7 waar longartsen en internisten zich om hen bekommeren. De patiënten die op de nominatie staan voor een IC-opname liggen bijna allemaal aan de Optiflow, een lawaaiig maar geliefd apparaat dat via een neusslang honderd procent zuurstof toedient, tot wel zestig liter per minuut. Twee derde van deze patiënten wordt uiteindelijk in slaap gebracht en krijgt een beademingsbuis in de keel. Intuberen heet dat, een zwaar moment. Maaike ziet het meestal aankomen en laat de familie komen. Als dat niet lukt, leggen de verpleegkundigen lijntjes via FaceTime en WhatsApp naar geliefden.

De artsen brengen de patiënt in slaap. Na het aanbrengen van het beademingsbuisje maken de intensivisten meestal een CT-scan waarop ze driedimensionaal de longen kunnen checken op stolsels. En krijgen patiënten spierverslappers toegediend, die het ademhalen vergemakkelijken. Daarna worden ze op hun buik gedraaid. Elke dag bekijkt Maaike of een patiënt kan worden teruggedraaid op de rug. Dat is goed nieuws.
Het is maatwerk. Er bestaan geen vaste spelregels voor. ‘Handelen naar bevinding!’ Dat vindt Maaike mooi werk. Drukke diensten? Ook primadeluxe. Maar Maaike haat het om controle te verliezen. Tijdens de coronacrisis gebeurt dat een paar keer.

In het begin behandelen Maaike en haar collega’s het virus net als ARDS. Die longziekte (de afkorting staat voor Acute Respiratory Distress Syndrome) kennen de intensivisten. Het ontstaat vaak door een longontsteking. ARDS-patiënten hebben ook veel zuurstof nodig, worden ook doodziek en liggen ook op hun buik. Maar Maaike en haar collega’s leren al doende. Bijvoorbeeld dat de druk van de beademingsapparatuur bij corona minder hoog hoeft te zijn. In de eerste golf zijn sommige patiënten letterlijk onder te hoge druk behandeld. En zo zijn er meer geleerde lessen. Inmiddels weten de intensivisten dat corona in het begin veel vocht-vorming veroorzaakt. Bij mensen die langer ziek blijven, komt daar in een latere fase littekenvorming bij. In die fase wordt de long stug. Patiënten die herstellen, kampen opvallend vaak met schouderklachten en pijnlijke heupen. De oorzaak is kalk-afzetting, veroorzaakt door het lange buikliggen. ‘Zodra je dat weet… kun je er misschien iets aan doen.’

Intensivisten over de hele wereld delen zulke bevindingen met elkaar in webinars. Ook Maaike leert zo het virus steeds beter kennen. Langzaam maar zeker verbetert de behandelmethode. Na de zomer komt dexamethason in beeld, een soort prednison, waardoor patiënten het beter doen. Een paar maanden later blijkt tocilizumab aan te slaan, een middel tegen reumatoïde artritis dat het immuunsysteem remt. Ondanks al die verbeteringen komt 28 procent van de coronapatiënten op de IC te overlijden. Maaike heeft voor zichzelf een manier gevonden om dat verlies te accepteren. ‘Ik weet dat ik alles doe wat in mijn vermogen ligt. En ik weet dat onze patiënten heel erg ziek zijn. We kunnen niet iedereen redden.’

Op de keper beschouwd is corona niet eens zo complex. Het is grillig, dat wel. En de hele tijd komt er ellende bij. Infecties, longembolieën, hartritmestoornissen, hartaanvallen, klaplongen. Bij andere ziektes kan Maaike goed voorspellen of een patiënt het gaat halen. Bij corona valt dat niet te zeggen. In de derde golf praat Maaike vlak voor een intubatie met een angstige patiënte. De vrouw wil weten hoe lang het gaat duren. Een begrijpelijke vraag, maar Maaike heeft geen sluitend antwoord. ‘Soms duurt het een paar dagen, soms twee weken.’ De onzekerheid helpt niet bij de onrust die toch al groot is. De vrouw haalt het uiteindelijk niet.

De angst, dat is het allerergst. Maaike ziet het in de ogen. De benauwdheid maakt patiënten bang. De eenzaamheid verergert het. En corona is “een mediavirus”. ‘Mensen beseffen dat ze onderdeel zijn van een ramp.’ Maaike merkt dat patiënten zich niet makkelijk overgeven. Uitgeputte patiënten houden zich krampachtig groot om maar niet op de IC te belanden. ‘De innerlijke weerstand tegen een opname is groot.’

III

Het echtpaar

Die weerstand is er zeker ook bij haar. Bij de vrouw die begin januari samen met haar echtgenoot op de Intensive Care belandt.

Maaike heeft dienst als de vrouw slechter wordt. In de overdracht heeft ze al gehoord dat de vrouw beslist niet aan de beademing wil. Na lang praten weet Maaike haar over te halen. Dat doet ze zoals altijd. Maaike legt veel uit over het weer wakker worden. Dat geeft hoop. Hoeveel van die boodschap beklijft, is overigens ongewis. Vier van de vijf patiënten leeft op zo’n moment in een delier.

Na het moeilijke gesprek steekt Maaike de gang over, naar de andere vleugel. Daar ligt de echtgenoot van de dame aan de Optiflow, met een slangetje in zijn neus. Maaike praat hem bij en neemt een besluit. Dit kan een afscheid zijn. Dat doe je niet alleen.
Achter de kamer van de man is een ruimte vrij. Na wat geschuif komen de twee gehuwden, heel eventjes, naast elkaar te liggen. En als zij iets later over de gang wordt weggereden, zetten de verpleegkundigen de auto-matische schuifdeuren open. Vlak voordat zij in slaap wordt gebracht, kunnen ze elkaar zien. Een minuut, langer duurt het niet. Maaike hoort ze nog wat roepen naar elkaar. ‘Weet je nog wat ik gezegd heb? Houd vol!’

Het echtpaar-dat-overleefde komt op een moment dat artsen en verpleegkundigen op hun tandvlees lopen.

Twee dagen later wordt ook de man in slaap gebracht. En wonderen bestaan, want ze overleven het allebei. Ben en Ria heten ze, hun verhaal kun je verderop lezen in dit boek. Maaike spreekt professioneel over meneer en mevrouw.

Twaalf weken na hun ontslag komt het echtpaar terug naar het ziekenhuis voor een evaluatie. Voor de verwerking van trauma’s mogen ze kijken in de kamer waar ze lagen op de IC. Dat is goed voor hun verwerking, en het geeft als bijkomend effect de zorgverleners een mentale boost.
Het echtpaar-dat-overleefde komt op een moment dat artsen en verpleeg-kundigen op hun tandvlees lopen. Op een moment dat het applaus voor de zorg is verstomd en het op uithoudingsvermogen aankomt.

IV

De kippen

Maaike probeert haar werk in het ziekenhuis te laten. Dat lukt niet altijd, maar meestal wel. Een aantal patiënten zal haar de rest van het leven bijblijven. Dat zijn meestal jongeren, maar Ben en Ria horen er ook bij. ‘Ze zullen me niet kennen,
maar voor ons waren zij erg belangrijk.’

In Oosterbeek gaat Maaike wandelen door de bossen waar de parachutisten in 1944 vochten. Daarna gaat ze in de tuin zitten met een bak koffie. Pokkie en Tokkie scharrelen op de vlonders. Dochter Babette bedacht hun namen. De kippen geven haar rust. ‘Een aquarium van veren.’
Nederig bedenkt Maaike dat we mensen op de maan kunnen zetten, maar dat een infectieziekte eeuwen na de pest en honderd jaar na de Spaanse griep nog steeds gruwelijk kan huishouden. Ondanks alle fancy apparaten op de Intensive Care. Ze is het virus zat, maar voelt óók dat het ergste achter de rug is.